Op een eiland van nog geen twintig kilometer lang liggen zeven dorpen die onderling nauwelijks op elkaar lijken, van een bruisende badplaats tot een gehucht van vijfhonderd inwoners.
Zeven dorpen, zeven karakters
Texel is het grootste van de Waddeneilanden, en juist die omvang zorgde ervoor dat er zeven zelfstandige dorpen konden ontstaan.
Alles binnen een half uur: van het zuidelijkste tot het noordelijkste dorp rijd je in ongeveer twintig minuten. Op de fiets doe je er een klein uur over.
Van druk tot doodstil:De Koog telt in de zomer meer bedden dan inwoners, terwijl je in De Waal soms niemand tegenkomt.
Elk dorp zijn eigen functie:Den Burg is het winkelhart, Oudeschild de vissershaven, De Koog de badplaats en de rest zijn woon- en boerendorpen gebleven.
Herkenbaar aan de kerktoren: in het vlakke polderland zie je de torens van de dorpen al van kilometers afstand. Vroeger dienden ze als oriëntatiepunt voor boeren en schippers.
Doe ze allemaal: juist door de verschillen loont het om ze alle zeven te bezoeken. Met de fiets rijd je er in één dag langs.
De Koog
De badplaats van het eiland, en voor veel bezoekers de reden dat ze op Texel zijn.
Het strand om de hoek:De Koog ligt pal achter de duinen, met paal 17 en paal 20 op loopafstand. Het brede zandstrand is het drukst bezochte van het eiland.
Uitgaan en winkelen: de Dorpsstraat telt tientallen cafés, restaurants, ijssalons en winkeltjes. In het hoogseizoen is dit de enige plek op Texel waar je 's avonds echt uitgaat.
Zeehonden zien: aan de rand van het dorp ligt Ecomare, het natuurmuseum en de opvang voor zeehonden en vogels. Bij het voederen zit het altijd vol.
Goed om te weten: dit is het dorp met de meeste hotels, campings en vakantieparken, maar ook met de hoogste prijzen en de meeste drukte in juli en augustus.
Den Burg
De grootste plaats van Texel en het dorp waar de eilanders zelf hun boodschappen doen.
Het winkelhart:Den Burg heeft de enige echte winkelstraten van het eiland, met supermarkten, kledingzaken, boekhandels en speciaalzaken rond de Groeneplaats.
Markt op maandag: in de zomer is er wekelijks markt op de Groeneplaats, met streekproducten, Texelse kaas en lamsvlees.
Middenin het eiland:Den Burg ligt precies centraal, waardoor je vanaf hier binnen een kwartier op elk punt van Texel bent. Handig als uitvalsbasis.
Oudste kern: het dorp ontstond rond een ringwalburcht, waar de naam nog naar verwijst. De contouren van die burcht zijn in het stratenpatroon nog terug te zien.
Terrassen en eten: rond de Groeneplaats zitten de meeste restaurants en cafés van het dorp, prettig na een dag fietsen.
Oudeschild
De enige echte haven van Texel, en het dorp waar het eiland zijn maritieme verleden het best bewaard heeft.
De vissersvloot: in de haven van Oudeschild liggen de kotters van de Texelse vloot. Zie je ze binnenlopen, dan is de vis die avond op tafel in de restaurants rond de haven.
Het Juttersmuseum: in Juttersmuseum Flora zie je wat er in de loop der eeuwen op het strand is aangespoeld, van scheepslading tot curiosa. Een van de eigenzinnigste musea van Nederland.
De Reede van Texel: voor de kust lag eeuwenlang de ankerplaats waar de VOC-vloten hun laatste voorraden innamen voordat ze naar Azië vertrokken. Op de zeebodem liggen nog altijd scheepswrakken.
Vers van de kotter: de visrestaurants aan de haven serveren wat die dag is aangevoerd. Reserveer in het seizoen vooraf.
De molen: aan de rand van het dorp staat korenmolen Het Noorden, die op draaidagen te bezoeken is.
Den Hoorn
Het eerste dorp dat je ziet na aankomst met de veerboot, en volgens velen het best bewaarde van het eiland.
De witte kerk: de slanke, witte toren van Den Hoorn uit 1425 is vanaf het water al zichtbaar en geldt als een van de mooiste van de Waddeneilanden.
Beschermd dorpsgezicht: de oude kern met zijn schapenboeten en kleine witte huisjes is als geheel beschermd, waardoor het beeld vrijwel onveranderd is gebleven.
Bollenvelden in het voorjaar: rond het dorp liggen de bollenvelden die Texel in april en mei kleuren. Het jaarlijkse bollenfeest trekt bezoekers van het vasteland.
Naar De Hors: vanuit Den Hoorn fiets je zo naar De Hors, de uitgestrekte zandvlakte op de zuidpunt, en naar de Mokbaai.
Dichtbij de boot: het dorp ligt op ongeveer vijf minuten rijden van de veerhaven bij 't Horntje, wat het praktisch maakt voor een korte laatste stop.
De Cocksdorp
Het jongste en noordelijkste dorp van Texel, met de vuurtoren als buurman.
Pas gesticht in 1836:De Cocksdorp ontstond nadat de Eierlandse polder was ingedijkt. Dat verklaart de rechte straten en het overzichtelijke stratenplan, anders dan de kronkelige oude dorpen.
De rode vuurtoren: de vuurtoren van Eierland staat op het noordelijkste punt van het eiland en is te beklimmen. Vanaf de top zie je bij helder weer Vlieland liggen.
Waar twee zeeën samenkomen: voor de kust ontmoeten de Waddenzee en de Noordzee elkaar, wat een uniek schouwspel van stromingen en zandbanken oplevert.
Natuur om het dorp:Roggesloot en het Krimbos liggen vlakbij, allebei geliefd bij vogelaars.
Donkere nachten: door de afwezigheid van straatverlichting rond het dorp is dit een van de beste plekken van Nederland om naar de sterren te kijken.
Oosterend
Voor veel Texelaars en bezoekers het mooiste dorp van het eiland.
Smalle straatjes:Oosterend heeft een kern van nauwe, kronkelende steegjes met witte en zwarte huisjes, die je het best te voet verkent.
De oudste kerk: de Maartenskerk gaat in de kern terug tot de elfde eeuw en is daarmee het oudste gebouw van Texel.
Vier kerken in één dorp: opmerkelijk voor zo'n klein dorp. Oosterend stond bekend als het meest kerkelijke van het eiland, met meerdere gezindten naast elkaar.
Vissersverleden: het dorp lag ooit aan open water en had een eigen vissersvloot, tot de inpoldering daar een einde aan maakte.
Natuurgebied Waalenburg: vlak bij het dorp ligt Waalenburg, een van de belangrijkste weidevogelgebieden van het eiland.
Even niets: wie op zoek is naar stilte zit hier goed. Voorzieningen zijn er nauwelijks, en dat is precies het punt.
Alle dorpen bezoeken
Een rondje langs alle zeven is goed te doen, en laat je een heel ander Texel zien dan alleen het strand.
Op de fiets: een route langs alle zeven dorpen komt uit op ongeveer 45 kilometer. Met een e-bike of een rustig tempo is dat een volle dag. Zie onze pagina over fietsen.
Met de auto: in twee tot drie uur rijd je er langs, inclusief korte stops. De wegen zijn smal, dus houd rekening met fietsers.
Met de bus: de Texelhopper verbindt alle dorpen met elkaar en met de veerhaven. Buiten de dienstregeling kun je hem vooraf reserveren.
De mooiste route: rijd niet over de doorgaande wegen maar over de smalle polderwegen tussen de dorpen door, langs de De Dennen en de schapenboeten.
Wanneer je het beste gaat: in het voorjaar kleuren de bollenvelden en zijn de lammetjes in de wei. In juli en augustus is De Koog druk, maar de andere zes dorpen blijven rustig.
Overnachten: elk dorp heeft zijn eigen aanbod, van campings rond De Koog tot bed and breakfasts in de kleinere kernen.