De eerste bewoners op de Hoge Berg
De harde kern van Texel is de Hoge Berg tussen Den Burg en Oudeschild, een lage heuvel van keileem die in de voorlaatste ijstijd werd opgestuwd.
- Jagers uit de steentijd: de oudste sporen van mensen zijn vuurstenen werktuigen van rond 5000 voor Christus, waarschijnlijk van jagers die hier tijdelijk verbleven.
- Grafheuvels en urnen: in Den Burg zijn grafheuvels uit de bronstijd (rond 1000 voor Christus) gevonden en bij het dorp ligt ook een urnenveld uit de vroege middeleeuwen.
- Verdreven door de zee: rond 250 na Christus eindigde de vroege bewoning door een stijging van de zeespiegel, en pas in de zesde eeuw werden de hogere delen weer bewoond.
- Een oude naam: al in de achtste eeuw wordt het gebied genoemd als pagus Thesla of Texla, een gouw in het oude Frisia.
Tuunwallen en schapenboeten: op de Hoge Berg liggen de percelen nog altijd tussen tuunwallen van opgestapelde plaggen, en overal op het eiland staan de typische schapenboeten met hun platte kant naar de wind.

Een eiland ontstaat
Texel werd pas een eiland door de Allerheiligenvloed van 1170, een catastrofale overstroming die het landschap van Noord-Holland ingrijpend veranderde.
- Graaf en stadsrecht: in de 13e eeuw onderwierp graaf Floris V West-Friesland met Texel, en in 1415 kreeg Texel stadsrechten met een eigen schout, schepenen, rechtspraak en markten.
- Dijken en cooghen: rond 1300 werden dammen tussen de hogere delen aangelegd en dijken waardoor polders ontstonden die cooghen heetten, een naam die nog terugkomt in De Koog.
- Oudste kerk: de Maartenskerk in Oosterend stamt uit de middeleeuwen en is de oudste kerk van Texel; de toren diende eeuwenlang als baken voor schepen.
Het witte kerkje van Den Hoorn: de kerk van Den Hoorn verving in 1425 een houten kapel uit 1409 en is nog altijd een baken voor de scheepvaart.- Het verdwenen dorp De Westen: het vissersdorp De Westen had een open verbinding met de Noordzee, maar toen die in de 14e eeuw verzandde, trokken de bewoners weg; alleen het Torenhuis aan de Westerweg herinnert nog aan het dorp.
De Rede van Texel en de VOC
Tussen 1500 en 1800 was de Rede van Texel, de ankerplaats aan de oostkant van het eiland, een van de drukste en belangrijkste plekken van de Nederlandse scheepvaart.
- Wachten op de wind: koopvaarders, walvisvaarders, oorlogsschepen en vooral VOC-schepen lagen hier soms met honderden tegelijk te wachten op een gunstige wind naar zee.
- Water uit de wezenputten: de schepen namen water in uit de Texelse wezenputten; dat water was sterk ijzerhoudend en bleef daardoor lang goed op de lange zeereizen.
Loodsen en lichters: Texelse loodsen brachten de schepen langs de zandbanken, en lading werd overgeslagen op kleinere schepen omdat de grote koopvaarders te diep staken voor de Zuiderzee; het museum Loodswezen vertelt hun verhaal. Kerk voor zeelieden: het witte Zeemanskerkje van Oudeschild werd tussen 1648 en 1650 gebouwd, werd druk bezocht door wachtende zeelieden en ontving ook admiraals als Michiel de Ruyter en Cornelis Tromp.
- Haven van Oudeschild: pas in 1780 kreeg Oudeschild een haven; tot die tijd gebeurde alles op het open water van de Waddenzee.
Schatten uit de diepte: in museum Kaap Skil zie je een maquette van 18 meter met de rede in 1660 en vondsten uit het Palmhoutwrak, waaronder een beroemde 17e-eeuwse jurk.

Forten en zeeslagen
Door de rede en het Marsdiep was Texel eeuwenlang van groot militair belang, en dat zie je nog altijd terug in het landschap.
- Fort De Schans (1574): Fort De Schans bij Oudeschild werd in 1574 gebouwd in opdracht van Willem van Oranje om de rede te beschermen, later ook voor de VOC-schepen; de stervorm is nog goed te zien.
- Slag bij Kijkduin (1673): op 21 augustus 1673 versloeg Michiel de Ruyter voor de kust van Texel en Den Helder een Engels-Franse vloot, een van zijn bekendste overwinningen.
- Napoleon op Texel (1811): uit angst voor een Engelse invasie liet keizer Napoleon in 1811 de verdediging versterken met onder meer Fort Redoute en Fort De Lunette, en op 16 oktober 1811 kwam hij ze zelf inspecteren.
- Einde van de rede: in de 19e eeuw kwam er een einde aan het ankeren bij Texel, omdat schepen andere routes en havens gingen gebruiken.

Eierland en de nieuwe polders
Het noordelijke Eierland was lange tijd een apart eiland, dat in de loop van een paar eeuwen aan Texel vastgroeide.
- De Zanddijk (1630): met rietschermen en helmgras werd de vorming van duinen bevorderd, en in 1630 was de Zanddijk klaar die Texel en Eierland met elkaar verbond.
- De Cock en De Cocksdorp: in 1835 richtte de Antwerpenaar Nicolas Joseph De Cock met anderen een maatschappij op om de kwelder tussen beide eilanden in te polderen; het nieuwe dorp heette eerst Nieuwdorp en later De Cocksdorp.
Meer polders: in 1846, 1847 en 1876 werden de polders De Eendracht, de Prins Hendrikpolder en Het Noorden bedijkt, en molen Het Noorden werd gebouwd om die laatste polder droog te houden.- De vuurtoren (1864): na jarenlang aandringen van notaris Johannes Ludovicus Kikkert, omdat er jaarlijks tientallen schepen vergingen, werd op de noordpunt de vuurtoren van Eierland gebouwd, die in 1864 zijn eerste licht gaf.
Boerenleven: landbouw, schapen en kaas bepaalden eeuwenlang het leven op Texel; in het Cultuurhistorisch Museum Texel in De Waal zie je hoe Texelaars 100 jaar geleden woonden en werkten.

De Georgische opstand: Europa's laatste slag
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd Texel het toneel van een bloedige opstand die tot na de Duitse capitulatie doorging.
Atlantikwall: de Duitsers versterkten de kust met bunkers en batterijen, zoals Batterij Den Hoorn, die in 1938 door de Nederlanders was gebouwd.- Het Georgische bataljon: in februari 1945 werd een bataljon van zo'n 800 Georgiërs, veelal voormalige Sovjet-krijgsgevangenen, en 400 Duitsers op Texel gelegerd.
- De opstand (april 1945): in de nacht van 5 op 6 april 1945 keerden de Georgiërs zich tegen hun Duitse officieren, waarna een Duitse tegenaanval volgde die doorging tot na de capitulatie van 5 mei.
- Bevrijd op 20 mei: pas op 20 mei 1945 kwamen Canadese soldaten op Texel aan; onder Georgiërs, Duitsers en Texelaars waren toen minstens 1.000 doden gevallen, en ook de vuurtoren raakte zwaar beschadigd.
- Georgische begraafplaats: op de Georgische begraafplaats Loladse op de Hoge Berg rusten bijna 500 Georgiërs, met vooraan hun commandant Sjalwa Loladze.
Gevallen vliegers: het Lancastermonument bij Oosterend staat waar op 15 februari 1944 een Britse bommenwerper neerstortte en eert alle geallieerde vliegers die op of bij Texel omkwamen. Oorlogsmuseum: in het Luchtvaart & Oorlogs Museum Texel zie je vliegtuigwrakken en een tentoonstelling over de Georgische opstand.
Van boerenland tot vakantie-eiland
Vanaf het begin van de 20e eeuw verdrong het toerisme steeds meer de landbouw en de visserij als belangrijkste bron van inkomsten op Texel.
- Eerste badhotel (1907): De Koog werd de belangrijkste badplaats van het eiland, en in 1907 verrees daar het eerste hotel voor badgasten.
- Eigen veerdienst: in 1907 richtten Texelaars ook hun eigen bootdienst op, de TESO, die nog altijd de boot naar Texel vaart.
Veilig achter de dijk: de dijken werden verhoogd tot deltahoogte, waaraan het monument De Schicht uit 1981 herinnert.- Bescherming van de natuur: duinen, bossen en kwelders zijn nu grotendeels beschermd als Nationaal Park Duinen van Texel.
- Druk maar nooit vol: jaarlijks komen honderdduizenden gasten naar Texel, het drukst bezochte Waddeneiland, maar dankzij een beperkt aantal slaapplaatsen is het eiland nooit overvol.


















